Opvoeding

Iedereen wil het beste voor zijn huisdier. Dat begint natuurlijk bij de voeding, maar ook de opvoeding, de jaarlijkse enting, regelmatige ontworming, vlooienbestrijding, vachtverzorging, oorreiniging, gebitsverzorgingen en oogverzorging maken deel uit van de verzorging van de hond.

De overgang van de veilige nestwarmte, temidden van broers en zusjes onder de bescherming van moeder, naar een bestaan als éénling bij het nieuwe baasje betekend voor de pup een behoorlijke stresspiek.Enerzijds moet het zich ontwikkelende afweersysteem van het beestje zich aanpassen aan nieuwe soorten bacteriën en virussen, anderzijds is meestal ook de voeding anders dan het gewend is. Bovendien spelen ook psychische factoren een rol. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meeste pups door deze overgang een vrij onschuldige diarree doormaken en een paar dagen iets minder eet.

Een pup van 6 weken moet zo’n 4 keer per dag eten. Vanaf de leeftijd van ongeveer 3 maanden wordt overgeschakeld naar 3 keer per dag. Als een puppy dan ongeveer 6 maand is moet het nog maar 2 keer per dag te eten. Sommige volwassen honden eten slechts 1 maal daags, ook dat is prima. Zowel in de winkel als bij de dierenarts kunt u speciaal puppyvoer kopen. Dit voer is energierijk en heeft een hoog eiwit- en vetgehalte. Op elke verpakking van een goed merk brokken staat aangegeven hoeveel gram brokken het hondje per kilogram lichaamsgewicht nodig heeft. Het puppyvoer wordt meestal tot ongeveer 3 a 6 maanden gegeven, daarna wordt geleidelijk overgeschakeld op normale hondenbrokken. Honden van heel grote rassen zoals Mastino’s, Berner Sennenhonden, St. Bernards e.d. kunnen tussen 6 en 12 maand ook Junior brokken gegeven worden, sommige merken zoals Royal Canin hebben ook specials puppy brokken voor grote rassen. Dit om te voldoen aan de enorme groei van dergelijke pups.

Zelfbereid voer geven is wel mogelijk, maar het is voor u wel veel werk. Het is heel belangrijk dat verschillende componenten in de goede verhouding gemengd worden. Honden die alleen vlees eten krijgen in verhouding veel te veel eiwitten en veel te weinig koolhydraten en vetten binnen. Dit zorgt voor een overbelasting van lever en nieren en kan op latere leeftijd voor problemen zorgen. Daarom is het achtzaam om volgende verhouding in acht te nemen 1/3 gedeelte vlees ; pens, hart, lamsvlees, kip. 1/3 gedeelte koolhydraten ; bruin brood, pasta, rijst, aardappelen. 1/3 gedeelte groenten ; wortelen, boontjes, bloemkool, broccoli. Hieraan wordt best een vitaminepreparaat toegevoegd, iets wat overigens niet nodig is als u commerciële brokken voert. Volwassen dieren krijgen relatief (per kg lichaamsgewicht) minder voer dan jonge honden. Tevens is de samenstelling van de brokken anders dan voor puppy’s. Meestal volstaat het om volwassen dieren slechts 1 maal per dag eten te geven. Veel honden krijgen ‘s morgens een boterham of een beetje brokken en krijgen dan ‘s avonds pas de echte maaltijd. U kunt zelf kiezen wat u uw hond wilt geven, bovengenoemd zelfgemaakt voer of kant en klaar voer uit de winkel of van de dierenarts. Ook een combinatie van beiden is mogelijk. Vermijd het geven van blikvoer, aangezien de kwaliteit hiervan beduidend minder is en de prijs vrij hoog.

Om de nieren te sparen en daarmee de ouderdomsverschijnselen tegen te gaan, zijn er wetenschappelijk samengestelde voerders ontwikkeld voor oudere honden. Het principe van deze voeders is dat ze minder eiwitten bevatten en dat de eiwitten die erin zitten van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een soort supervoer dus. Het is verstandig uw hond vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar een eiwitarm voer te geven. Het is vaak frappant om te zien hoe een wat oudere hond opknapt van dergelijk voer. Door deze aan de leeftijd van de hond aangepaste voerders wordt niet alleen de levensduur verlengt, maar ook de levenskwaliteit verbeterd.

Door de welvaart lijden vele honden aan overgewicht. De meeste baasjes zijn onbedoeld te goed voor hun huisdier. Overgewicht kan echter tot vervelende klachten leiden zoals gewrichtsproblemen, hernia, kortademigheid, sloomheid, meer kans op blaasgruis, leververvetting en ga zo maar door. Er bestaan hiervoor commerciële vermageringsdieëten die mits een beetje volharding goede resultaten geven. Het is niet zielig om uw hond op deze manier te laten afvallen, het is veel zieliger als uw hond door zijn overgewicht allerlei lichamelijke klachten krijgt

Zodra we een dierenwinkel binnenlopen zien we rekken vol met allerlei snack’s, botjes, kluiven e.d. Wij raden u aan hier niet te veel van te geven. Wilt u uw hond eens goed verwennen of belonen geef hem dan een droog buisquitje. Een gedroogd stuk zwart brood of een stukje fruit is ook heel goed. Belangrijk om weten is dat het voor het dier niet uitmaakt wat hij krijgt, als hij maar iets krijgt. Geef beslist geen of heel zelden buffelhuidjes en gekleurde staafjes. Deze zijn heel moeilijk te verteren en geven dikwijls aanleiding tot diarree of huidklachten. Een gerookt been is verder prima om op te knagen, let wel op met het geven van mergpijpjes, deze kunnen om de onderkaak van de hond vast gaan zitten. Als speelgoed is een gevlochten touw (floss-touw) heel geschikt, zij poetsen a.h.w. de hond z’n tanden.

Dit is een uiterst belangrijk onderwerp. Als u een nieuwe hond heeft, is het heel belangrijk om dadelijk met de opvoeding te beginnen. In het begin is dit soms heel moeilijk om zo’n lieve puppysnoet iets te weigeren of te verbieden, maar één keer niet adequaat zijn kan verstrekkende gevolgen hebben. Een verkeerde opvoeding leidt onherroepelijk tot problemen, zoniet voor uzelf of de hond dat toch zeker voor anderen. De belangrijkste regel bij de opvoeding is CONSEQUENT ZIJN !! Alle honden stammen af van de wolf. Daarom zal elke hond, hoe lief of aanhankelijk ook, ooit proberen om op de een of de andere manier zijn wil op te dringen en de baas te worden. Dit zit nu eenmaal in zijn aard. Elke wolf probeert immers de leider van de roedel (groep) te worden. En die roedel wordt nu gevormd door uzelf, de gezinsleden en de hond. Zelfs een pup kan al een beetje serieus tegen u proberen te grommen, doe dat niet af met “Ach het is nog zo’n kleintje” maar treedt daar consequent tegen op. Met wat stemverheffing lukt dat meestal al, of indien nodig pakt u hem eens flink bij het nekvel. Let wel, we bedoelen hier serieus gegrom, als het speels bedoeld is moet u hiervoor niet straffend optreden. Reageert u hierop echter niet dan weet het hondje dat grommen indruk op u maakt en zal dit de volgende keer zeker opnieuw proberen.

Het is heel verstandig om met een nieuwe hond een cursus te volgen. U kunt al met een pup vanaf 12 weken naar de puppycursus. Niet alleen heel verstandig maar zeker ook heel plezant, zowel voor de pup maar ook voor uzelf. Maar ook met oudere honden kan u op een hondenschool terecht. Tijdens deze lessen wordt het dier spelenderwijs opgevoed en krijgt u ook veel adviezen van de trainers.

Een ander heel essentieel punt is dat iedereen in het gezin boven de hond staat. Er zijn helaas maar al teveel voorbeelden bekend waarin de heer des huizes de baas is over de hond, vervolgens komt de hond als tweede in rangorde en pas daarna de overige huisgenoten. Dat kan geen kwaad zolang de baas er zelf bij is. Maar o wee als dat niet het geval is. Net gedwee en volgzame hondje veranderd dan plots in een ware tiran, en dat kan gevaarlijke situaties opleveren. Het komt ook regelmatig voor dat de hond de baas in huis is. De eigenaren spreken dan in de trant van “Dat mogen wij niet van hem”, of “Dat vindt hij niet goed”. Net venijnige zit hem hierin dat de hond thuis geen enkel probleem oplevert. Jazeker zolang hij zijn eigen gang kan gaan ! Maar voor anderen kan zo’n hond erg gevaarlijk zijn. Elke postbode kan daar wel van meepraten. Ook krantenberichten als “Kind toegetakeld door hond” of “Hond bijt baas” (Als de baas iets tegen de zin van de hond gedaan heeft) zijn meestal het gevolg van een wanverhouding. Vanuit de hond zijn standpunt bekeken is het allemaal heel logisch. Als hij de baas in huis is, kan hij doen en laten wat hij wil. Maar moet hij tegelijkertijd wel de huisgenoten verdedigen ! Vandaar dat volkomen verklaarbare eigenwijze en agressieve gedrag. Als je echt de baas over je eigen hond bent, moet je ook alles met hem kunnen doen. Je moet in zijn mand kunnen gaan zitten zonder dat hij agressief wordt, je moet zijn voerbak zonder problemen kunnen wegnemen als hij aan het eten is, je moet bezoek kunnen in de zetel laten zitten zonder dat de hond gaat bijten. Een hond reageert op primaire impulsen. Het heeft geen enkele zin hem uitgebreid iets te proberen uitleggen. Daar begrijpt hij niets van. Wel reageert hij op duidelijke commando’s, op voorwaarde dat u telkens dezelfde commando’s gebruikt en deze kort en krachtig hanteert. Ook is het belangrijk dat iedereen in het gezin dezelfde commando’s gebruikt. Spreek deze dus onderling af. Dus nogmaals “WEES CONSEQUENT”. Wees ook op andere manieren consequent. Als hij iets niet mag, dan mag dat nooit ! Dus niet de ene keer wel in de zetel en de volgende keer niet. Niet de ene keer aan tafel hem iets geven en de volgende keer zeggen “niet schooien”. Die consequentie moeten alle gezinsleden volgen, wat van de ene niet mag, mag van de andere ook niet. Ook correctie of bestraffing moet direct na de daad gebeuren. Bij betrapping is dat natuurlijk niet zo moeilijk, maar het heeft bijvoorbeeld geen zin om de hond ter verantwoording te roepen als hij de vorige dag de vuilnisbak geplunderd heeft.

Een van de moeilijkste dingen bij het opvoeden is om een schichtig en bang hondje toch consequent aan te pakken. Want het gaat regelrecht tegen je gevoel in. Een hond is echter bang omdat hij niet weet waar hij aan toe is. Deze onzekerheid maakt hem angstig. Toch is het vooral bij een angstige hond belangrijk om geen medelijden te hebben maar consequent op te treden. Als hij hierdoor eenmaal weet waar hij aan toe is zal de angst langzaam verdwijnen en krijgt hij meer zelfvertrouwen. Belangrijk hierbij is om emotionele reacties van onzekere honden te negeren, dus er geen aandacht aan te schenken.

Een concreet voorbeeld hiervan is als u met uw hond naar de dierenarts gaat. Veel honden voelen zich bij de dierenarts op de tafel zo onzeker en bedreigd dat ze in paniek raken en zelfs van angst gaan bijten. Dat kan erg gevaarlijk zijn, niet alleen voor de dierenarts maar ook voor uzelf als u de hond vasthoud. In zo’n geval is het uiterst belangrijk dat het baasje de hond niet gaat troosten (want daardoor wordt het dier bevestigd in zijn negatieve gedrag), maar het gedecideerd tot de orde roept. Ook al gaat dat op dat moment rechtstreeks tegen bet gevoel van de baas in. Het resultaat is dat de hond meteen weet waar hij aan toe is en dat daarmee onzekerheid en angst verdwijnen en d aardoor ook het gevaar voor ongelukken. In dit kader moet vermeld worden dat een dierenarts nog liever te maken heeft met een “gevaarlijke” politiehond die op de behandeltafel onder appel staat van zijn baas dan met een kleinere hond die door de ouders met de kinderen naar de dierenarts gestuurd is. Verzoek: laat zo mogelijk de “echte baas” meekomen naar de dierenarts. Uw dierenarts weet veel over de psychologie van de hond maar is geen hondentemmer! Omdat zo’n angstbijter in ons eigen belang moet worden “aangepakt” (bijvoorbeeld met een muilband om de snuit) lopen wij het risico om voor dierenbeulen uitgemaakt te worden. En dat alleen maar omdat het baasje geen gezag heeft over zijn hond, allemaal gevolgen van een verkeerde opvoeding. Helaas wordt de dierenarts nog maar al te vaak verzocht om een zogenaamde valse hond te laten inslapen. Als een hond een kindje heeft gebeten, is daar natuurlijk geen ontkomen aan. Maar het is wel frustrerend om een gezonde hond te moeten euthanaseren omdat hij door een verkeerde opvoeding gevaarlijk is geworden. Het komt bijna nooit voor dat een hond van nature vals is. Afgezien van een enkele hersenafwijking is dat altijd te wijten aan de opvoeding. In niet urgente gevallen proberen wij een nieuwe eigenaar voor het dier te zoeken. Want immers geldt nieuwe eigenaar,nieuwe opvoeding. De hond begint immers weer op de onderste trede van de rangorde. Met een goede heropvoeding kan het dier weer prima functioneren.

Het belangrijkste doel van dit hoofdstuk opvoeding is om u te waarschuwen. Te waarschuwen om een hond ook als een hond te behandelen en niet als een kind. Vooral om u op het hart te drukken om altijd de baas over de hond te blijven en niet alleen u maar alle gezinsleden.

Uitgebreidere info over Verzorging

De eerste enting kan gegeven worden vanaf de leeftijd van 6 weken (puppy­enting). Als het hondje 12 weken is krijgt hij zijn cocktail enting. Om vervolgens op 16 weken de laatste enting te krijgen voor parvo en Weil (katte- en ratteziekte). Dan is hij in orde tot het volgende jaar, jaarlijks wordt de vaccinatie herhaalt. Voor bet buitenland en voor de Ardennen is een extra enting tegen hondsdolheid nodig (rabies) . Deze moet minstens 4 weken vooraf gegeven worden. U krijgt dan ook een officieel certificaat.

Pups worden met worm-eitjes via de moedermelk besmet. Zelfs als de moederhond voor en na de bevalling goed ontwormd is, kunnen zij hun puppy’s besmetten. Daarom geldt dat een éénmalige ontworming niet voldoende is. Dat komt omdat de wormen, die door een wormbehandeling uit de darm worden afgedreven, eerder al eitjes gelegd hebben. Uit die eitjes zijn larven gegroeid die overal in bet lichaam via bet bloed zijn verspreid. Alleen de volwassen wormen worden door de wormmiddelen aangepakt, niet de larven. Die groeien elders in bet lichaam uit en komen telkens als volwassen wormen in de darm terecht.

Globaal bestaan er 2 groepen wormen bij honden spoelwormen en lintwormen. Spoelwormen zien eruit als een soort witrozige regenworm. Bij ernstige infecties kan de hond ze zelfs uitbraken. Soms zie je ze in de ontlasting zitten. Door een wormkuur worden de spoelwormen afgedreven met de ontlasting. Als het er flink wat zijn lijkt het wel op spaghetti. Lintwormen zitten ook in de darm en kunnen tientallen centimeters lang worden. Ze bestaan uit allemaal kleine stukjes (geledingen van ongeveer 1 cm). Die kleine stukjes lintworm kunnen op zichzelf leven die vind je wel eens in de ontlasting. Ook kruipen ze wel eens uit de anus. Als ze opgedroogd zijn lijken ze op rijstkorrels. Door een wormkuur worden de lintwormen uit de darm afgedreven. Wormkuren bestaan in verschillende vormen, tabletten of pasta. Houd de hond ook vlooienvrij. De eitjes van de lintworm zitten in de vlooien. Als de hond een vlo stukbijt komen de eitjes vrij en worden ze ingeslikt.

De meeste honden hebben wel eens vlooien. Het vlooienvrij houden van uw bond kan op verschillende manieren gebeuren. Bij voorkeur kunt u een spray, vlooienband of poeder gebruiken. Let wel op dat u voor jonge pups een aangepast middel gebruikt. Belangrijk is ook om alle katten of bonden in huis te behandelen, en bij een erge infectie ook de omgeving goed behandelen, anders komt u heel moeilijk van bet probleem af.

De aandacht voor de vacht moet van 2 kanten komen, van de buitenkant en de binnenkant. Een eerste voorwaarde voor een mooie vacht is een goede voeding. Vooral de gehaltes aan mineralen, vitamines en onverzadigde vetzuren spelen een grote rol. Een mooie, glanzende vacht is dus een afspiegeling van een gezond lichaam. Uitwendig bestaat de vachtverzorging uit regelmatig borstelen waardoor de bloedsomloop wordt gestimuleerd en de oude dode haren verdwijnen. De meeste hondenrassen verharen en wel 2 keer per jaar. Dan krijgt de bond een nieuwe jas. Korte maar krachtige verharingen zijn dus een teken van gezondheid. De perioden van verharing lagen vroeger in het voor- en najaar. Tegenwoordig met de centrale verwarming en air-conditioning is die regelmaat eruit. Een hond die bet grootste deel van de tijd buiten zit zal dus normaal gesproken in het voorjaar (onder invloed van de warmere temperaturen) zijn wintervacht verliezen en in bet najaar anderson. Honden die veel binnen liggen ruien zowat het hele jaar door. Trimhonden, zoals de bouvier, de terriër en ruwharige teckel, moeten zo’n 3tot 4 keer per jaar geplukt of getrimd worden. Als men dit regelmatig laat doen, verliezen deze rassen vrij weinig haren. Er zijn rassen zoals de poedel die niet ruien. Zij moeten wel regelmatig naar de hondenkapster om geschoren te worden. Honden met een erg dichte vacht kunnen regelmatig ontwold worden en langharige typen zonodig ontklit. Spaniels worden zo’n 3 keer per jaar geknipt vanwege hun lange “bevedering” (flosjes tussen tenen en aan de oren). Voor al deze dingen kan u terecht bij de hondenkapster. Jonge hondjes houden bun nestvacht tot ongeveer 6 a 8 maanden, daarna kunnen ook zij getrimd of geschoren worden. Het zal wel voor iedereen duidelijk zijn dat er aan langharige honden meer tijd moet besteed worden dan aan kortharige exemplaren.

De oren, ook de binnenkant, zijn een onderdeel van de huid. Als algemene regel kan men aanhouden dat als er geen problemen zijn met de oren men er van af moet blijven. Wanneer een hond vrij veel oorsmeer produceert, en de oren dus vuil zijn kan men deze proper maken met speciale oorreiniger. Oren kunnen ook ontstoken raken door bacteriën, schimmels of oormijt. In dat geval is het het beste om uw dierenarts de oren te laten nakijken met de otoscoop en een behandeling in te stellen. Rassen met hangende oren hebben over het algemeen meer oorproblemen dan rassen met staande oren, dit gewoon i.v.m. de ventilatie van bet gehoorkanaal.

Gaatjes in tanden of kiezen (Carriës) komt bij honden maar zelden voor. Wat we wel heel vaak zien is tandsteen. Dit begint meestal op de buitenkant van de 2 bovenhoektanden en op de buitenkant van de bovenste kiezen. Tandsteen veroorzaakt tandvleesontstekingen, vieze geur uit de mond en terugtrekken van het tandvlees waardoor de tand los komt te staan. Tandsteen helemaal voorkomen kunt u niet maar door de tanden regelmatig te poetsen en ook bet gebruik van een floss-touw kan men het wel wat tegenhouden. Indien er reeds veel tandsteen op de tanden aanwezig is kan u bij de dierenarts terecht voor een tandsteen behandeling. Hierbij wordt bet tandsteen met een ultra- soonapparaat onder verdoving verwijderd.

Met de ogen moet u nooit risico’s nemen. Bij de minste twijfel is bet verstandig om de dierenarts te raadplegen. Vooral bij kleinere rassen zien we een traanstreep, dit is een bruine streep vanuit de binnenooghoek langs de buitenkant van de neus. Dit wordt veroorzaakt door een verstopt traankanaal. De dierenarts kan proberen om dit traankanaal door te spoelen, of de bruine streep kan men wegpoetsen met traanstreepremover.

Door regelmatig speelse oefeningen kunt u uw hond eraan wennen dat eenvoudige onderzoeken en behandelingen niet bedreigend zijn. Kijk eens regelmatig in de oren, open zijn mond en inspecteer het gebit, de tong en de keel. Til rustig de staart op en kijk of dat er allemaal netjes uitziet. Ook in de “kietelgebieden” zijnde de onderkant van de buik en tussen de tenen, moet de bond zonder angst laten betasten. Op deze manier kunt u zonder gevecht zelf allerlei kwaaltjes ontdekken en ook behandelen. Bijkomend voordeel is dat het dier zich gemakkelijk zal laten onderzoeken door de dierenarts of bij tentoonstellingen door de keurmeester.